Ze moeten kiezen: een internationale school met weinig Italiaanse kinderen of een Italiaanse school met nauwelijks buitenlandse kinderen. We bezochten er meerdere.
Van dikke directeuren die het kind compleet negeerden tot een lieve Engelssprekende juf genaamd signora Tuttobello (toeval bestaat niet) die mijn dochters bijna opvrat. Van kinderen in stijve uniformen tot jonge meisjes die er écht te sletterig bijlopen. Van praktische nieuwbouw tot rommelige lokalen met een buurthuis-vibe. Een vader die maar blijft roepen dat het leuk gaat worden. Een moeder die tijdens een gesprek in tranen uitbarst omdat de schooldirectrice (zelf moeder van vier) zegt dat bij zo’n enorme stap veiligheid zo belangrijk is voor kinderen (hallo achilleshiel). We laten ze zelf kiezen.
Mijn bangige dertienjarige had zonder twijfel voor de kleinschalige, internationale school gekozen. Mijn dochters blijken over veel meer lef te beschikken en kiezen voor de Italiaanse school.
Dit avontuur dwingt ons tot het aangaan van onze angsten, mijn dochters lijken geen angsten te hebben. Deze trotse moeder kan alleen maar vol bewondering naar ze kijken en van ze leren. En ik maar denken dat ik hier ben om hen iets te leren: het is precies andersom.



